Als je aan Rozemijn denkt, dan denk je aan water. Ze doet aan wedstrijdzwemmen, is lifeguard in Ten Boer, geeft zwemles, én heeft van haar passie ook nog eens haar werk gemaakt als docent bij Noordersport.
Afstudeeronderzoek bij Noordersport
'Vorig schooljaar kwam ik binnen bij Noorderpoort als stagiaire. Bij Noordersport waren er plannen om iets te doen voor studenten zonder zwemdiploma. Ik dacht: dat wil ik graag doen! Het onderwerp van mijn afstudeeronderzoek werd zwemlessen voor onze NT2 groep (Nederlands als tweede taal). Dat paste precies bij mijn opleiding aan de ALO. Met dit onderzoek heb ik de sportinnovatieprijs gewonnen van Hanze Sportstudies, dus dat geeft al aan hoe waardevol het is geweest.'
Maar hoe begin je zo’n onderzoek? Hoeveel studenten zijn er zonder zwemdiploma? En zitten ze eigenlijk wel te wachten op zwemlessen? Voor een antwoord op die vragen zocht Rozemijn contact met Ingeborg van de entree-opleidingen.
Associatie met water
Al snel werd duidelijk dat er een enthousiaste groep was die graag wilde leren zwemmen. Het eerste plan was om de studenten 10 weken lang zwemles aan te bieden, door middel van een extra (zwem)les in het rooster. De eerste periode waren de lessen in het Helperzwembad, inmiddels zijn ze verhuisd naar het Willem Alexander Complex op de Hanze.
‘We hebben de lessen echt samen met de studenten opgezet, want het is heel anders dan zwemles geven aan kleine kinderen. Die hebben een andere associatie met water dan deze groep studenten. Kinderen ‘kennen’ water als het ware al een beetje, ze hebben al eens in de zee of in het zwembad gezwommen met bandjes of een zwemvest, ze weten dat water weerstand geeft als je gaat lopen. In Nederland is water gelukkig vaak leuk.’
‘Bij de studenten van de zwemgroep is dat niet altijd het geval. Ze zijn bijvoorbeeld bang voor water, omdat ze uit hun thuisland zijn gevlucht per boot, zonder te kunnen zwemmen. Ze hebben mensen zien verdrinken, hun hoofd boven water moeten houden in de zee zonder te weten hoe je dat eigenlijk doet. De eerste les vond ik heel bijzonder, dat ze de drempel over durfden te gaan.’