De Peizer Hopbel “Sommige mensen willen gewoon het liefst aan het werk.”

Artikel Genomineerde Bedrijven

Frits Franke denkt dat het een belangrijke reden is voor zijn nominatie. In plaats van thuis te zitten, kon deze groep van twintig leerlingen tijdens de Coronatijd bij hem in de zaak aan het werk. “Ze kregen bij ons dezelfde lesstof als op school en de opkomst werd steeds hoger. Ik had ook de tijd om ze onderricht te geven. Tafels indekken, recenseren, we deden van alles met ze. Ze hebben zelfs allemaal examen bij me gedaan en vier van de twintig is nog steeds voor me aan het werk. Het was een hartstikke leuke tijd.”

Meer stagiairs
Deze periode heeft de samenwerking tussen dinercafé De Peizer Hopbel - waar leerbedrijf Bij Boon bij hoort - en Noorderpoort versterkt. Zo liepen er voorheen altijd één of twee studenten rond: tijdens de pandemie ontdekte Frits dat ze er best wat meer aan konden en dus zijn het er nu vier.

Onder de rook van Groningen
Bij De Peizer Hopbel werken zeventig mensen. Naast het dinercafé en eetcafé/leerbedrijf Bij Boon - waar bovendien acht B&B kamers boven zitten - exploiteert Frits een golfbaan met horeca en heeft hij een pannenkoekenschuur waar mensen met een beperking en mensen die reïntegreren met elkaar samenwerken. Allemaal in Peize, op zeven kilometer afstand van Groningen.

Meegenomen als medewerkers
Noorderpoort studenten werken bij Bij Boon samen met vakkundig personeel. Ook de leermeesters hebben veel horeca-ervaring en vakkennis op het gebied van zowel eten en drinken als serveren en gastheer of gastvrouw zijn. Frits: “We bieden de studenten een veilige, warme plek en zien ze niet als leerlingen. Ze worden echt meegenomen als medewerkers. Dat werkt erg prettig.”

Zelfvertrouwen
Wat hij de leerlingen vooral wil meegeven, is zelfvertrouwen. “Kennis is ook belangrijk, maar zelfvertrouwen misschien wel belangrijker. Dat ze zelfstandig kunnen werken, zekerder overkomen naar de gasten en daardoor meer verkopen. Ik merk dat heel veel leerlingen die nooit eerder in een drukke omgeving hebben gewerkt, best wat onzeker kunnen zijn. Als je hen die zekerheid geeft, scheelt dat enorm. Dat nemen ze ook weer mee naar hun eigen sociale leven.”

Tegenpolen
Als hij ziet dat een student zich tijdens de stageperiode op die manier ontwikkelt. Dat hij zekerder aan tafel staat en alles onder de knie heeft - van de ontvangst van de gasten tot het brengen van de rekening - en dat de gasten oprecht tevreden weggaan, dan is de leerperiode wat Frits betreft geslaagd. En zo gaat het vaak. “Ik zal geen namen noemen, maar ik heb twee leerlingen gehad waarvan er eentje zó tegendraads was, en eentje zó verlegen, die kon je amper verstaan aan tafel. Die eerste is veranderd naar een hardwerkend, luisterend iemand en zit ook privé veel beter in zijn vel. De tweede loopt er veel zekerder bij, kun je nu goed verstaan en is na werktijd niet mer direct vertrokken. Want dat zegt mij ook altijd heel veel. Zo zie je: twee tegenpolen die nu beide een hele leuke gastheer en gastvrouw zijn.”

Geen toneelstukje
Zijn droom is om wat hij nu heeft, verder uit te bouwen. Volgens Frits staat het schoolse leven te ver van de werkelijkheid af en zouden studenten nog meer in leerbedrijven moeten leren. “Als ze tegenwoordig examen doen, gebeurt dat in de vorm van een toneelstukje in het restaurant van school. Terwijl ze in ons leerbedrijf, waar ze vier dagen in de week zijn, waar ze de kassa en de keuken kennen, precies weten wat ze moeten doen. Ik denk dat je op de eigen werkplek beter goed kunt beoordelen of een student een goede gastheer of gastvrouw is. Daar ben ik dus helemaal voor.”

Extra les in het leerbedrijf
Waar Frits ook kansen ziet, is het creëren van extra lestijd voor ándere lessen in het leerbedrijf. Want hoewel hij erkent dat school belangrijk is, ziet hij veel leerlingen - vooral van niveau 2 - die er een enorme hekel aan hebben. Zo erg zelfs, dat het ze ervan weerhoudt naar school te gaan. “Als die leerlingen bij ons drie kwartier per dag tijd krijgen voor bijvoorbeeld Nederlands, Engels en rekenen, en als wij dat dan controleren en daar iemand voor hebben rondlopen, dan wordt het voor de studenten denk ik een stuk gemakkelijker. Het zou hun schoolprestaties ten goede komen. En dat geldt niet voor alle leerlingen hoor, maar er zitten gewoon vaktechnische mensen tussen die op de werkvloer hartstikke goed zijn maar die je gewoon niet naar school krijgt. Die mensen willen gewoon werken, en ik denk dat we dat gewoon moeten accepteren.